Hij had meerdere prebenden (= kerkelijk inkomen) en beneficies en was executeur testamentair van Arnt Buck, die uit een voorname Bossche familie kwam en o.a. zegelbewaarder was van de bisschop van Luik.
Als executeur testamentair van de stichter, Arnt Buck dus, richtte Heer Ghijsselbrecht in de Sint Antoniuskapel, in de Sint Jan, een altaar op met twee kapelanieën. Het was een familiestichting; alleen bloedverwanten van Ghijssel en hun afstammelingen konden hier het patronaat uitoefenen, kapelaan worden of een beneficie genieten. Ghijssel speelde het klaar dat het de Back-stichting werd, en niet de Buck-stichting (hoe ondeugend !). Het altaar ging de geschiedenis in als het Bacx-koorke.
Ook richtte hij een armenfonds in, de "spynde Bacx" voor een jaarlijkse uitdeling ter waarde van 10 mud rogge. Vier mud rogge waren voor een eeuwige godslamp in het koorke.