Jan Rents komt herhaalde malen voor in het Gichteboek van 't Scholtambt Hattem vanwege het feit, dat óf zijn scaap óf zijn paard zijn "geschut"wegens het grazen in andermans weide. Hij was blijkbaar een buitenbeentje in de familie, daar ook bij het overlijden van zijn moeder, zijn broers en zuster het erfhuis verburgen zonder hem en dat hij dit enkele dagen later zelf nog moet doen.
RAG, RA Scholtambt Hattem inv. nr. 2 blz 32: Actum coram Daendels Heerde Verwalter, 24-4-1663: "compareerde Jan Rents ende heeft door Hermen Henricks verburget sijn schaep soo door Henrick Rents in de Elscamper Hilst geschuttet is".
RAG, RA Scholtambt Hattem, inv. nr. 2 blz 93: Actum coram Daendels Verwalter dd. 8-9-1665: "Erschenen Jan Rentzen ende heeft door Peter Top verburget sijn schaep soo bij Jan van Raelte in den Enck geschuttet is".
RAG, RA Scholtambt Hatten inv. nr 2, blz 101: Actum coram Heerde Scholtis dd. november 1674: "Jan Rentsz heeft door Lubbert Rentsen verburget sodaene schapen als bij den Ed. Scholtis Loeffsen in 't Hattemer Holt geschuttet sijn"
Actum coram Heerde Verwalter Scholtis, dd 11-10-1675: "Johan Rents heeft door Swier Arentsz Muller verburget sijn peert so door Heijmen Jansz Berghuijs geschuttet is".
RAG, RA Scholtambt Hattem, inv. nr. 2, dd. 5-12-1679: Anna Lubberts, wed. van Rent Henricks overlijdt 1679. Haar erfhuis wordt op 30-11-1679 verburgt door Henrick Rents, Lubbert Rents, Olof Dries echtgenoot van Fennetien Rents, Gerrit Jans vvr 't Broeck voor de 3 onmondige kinderen van Henrick Eghberts den ouden, alsmede genoemde Gerrit Jans en Roeloff Hendriksz Snijder als mombaren over de 2 kinderen van wijlen Gerrit Rentsz en op 5-12-1679 ook door Jan Rentsz.