| Aantekeningen |
- Jan Mierdinck werd door Aelken ter Culve genoemd als vader van haar onwettige kind. Dit blijkt uit de kerkeraadsnotulen van de Winterswijkse Hervormde gemeente.
1694, 2 Aprilis: Is den kerckenraet op versoeck van Kulve, wegens syn Dochter en Meerdincks soons, extraordinaire vergadert, ter oorsaecke dat Meerdinck soude ondertrouwbelofte voornoemde Dochter 14 jaeren out, misleyt hebben, in voegen deselve in het kinderbedde gelegen, heeft verklaert gemelde Meerdinck den eygen vader daervan te wesen.
Waerop beydersyts Partien geexamineert. Presenteerde den jhongman met een eede te beduren (bevestigen), dat met haer niet te doen gehadt en onschuldig was.
De Ouders van meergemelte dochter gevraegt synde of sij daermede te vreden te weten, dat den eet afgelegt wierde, en sij daerbij wilden requieseeren, segden van Neen, maar versochten, dat die saecke op sijn verloop mocht blyven staen, ende dat het kind ondertuschen mochte gedoopt werden. Twelck hun is toegestaen. Ensyn daerop gescheyden (uiteen gegaan).
Inderdaad wordt op 4 april 1694 een kind Janna gedoopt "met Aelken ter Culve als moeder."
De jaren daarna zwijgen de kerkeraadsnotulen over dit voorval, todat Meerdinck besluit te gaan trouwen met een ander, Lysbeth Damkot. De ouders van Aelken ter Culve willen dit huwelijk "stuiten", omdat hij hun dochter trouwbeloften heeft gedaen.
20 Februarij 1698, artikel 1: is verschenen voor de Edele kerckenraet Fie ter Kulve, vrouw van Berent ten Kulve, met haer soon Hendrick en haer dochter, versoeckende stuttinge van de proclamatien van Jan Meerdinck, soon van Wessel Meerdinck, met Lisbeth Damkatte, beijde woonende in 't Woolt, voorgevende dat hij Jan Meerdinck trouwbeloften, voor eenige jaren aen haer dochter soude gedaen hebben en sij van hem beswangert soude sijn, siet hier eenige bladeren te vooren. De Edele
Kerckenraet heeft hier op geantwoort, dat geen stuttinge toelaet als op ordre en last van het Weledele Hoff van Gelderlant. Naest dancksegginge tot Godt, in Vrede gescheijden.
De ouders van Aelken blijken inderdaad naar het Hof van Gelderland te zijn gegaan om het voorgenomen huwelijk te stoppen.
Den 6 Maart 1698, artikel 1: De Edele Vergadering is bekend gemaakt, en voorgehouden een bevel van den Edele Hove van Gelderland, waar in de Predicant belast word de derde proclamatij van Jan Meerdink, soon van Wessel Meerdink, en Lysabeth
Damcotte, tot nader ordre van 't WelEd. Hove op te houden, Gelijks sulks bij den openbaren predijkdienst, ingevoege van dat bevel, is waargenomen.
Den 3 April 1698, artikel 1: De Edele Vergaderinge is vertoont en voorgelesen de sententie van den WelEd. Hove van Gelderlant, behelsende, dat Jan Meerdinck, soone van Wessel Meerdinck, als gedaegde, getriompheert tegen Aaltjen Buddens, waerom heden de derde proclamatie geschiet is, en hij Jan Meerdinck met Lisabeth Damkat te dese nademiddagh in den houwelijcken staet bevestigt zijn.
(Bron: Das aantekeningen kerkeraadsnotulen Hervormde gemeente Winterswijk).
|